Een middag vol visies op de toenemende klimaatrisico’s in de financiële sector

Verslag van het Zanders Risk Management Seminar 2022

Een middag vol visies op de toenemende klimaatrisico’s in de financiële sector

Op 8 september was onze nieuwe thuishaven Utrecht de locatie voor weer een succesvol Zanders Risk Management Seminar.

Tijdens deze editie stond het klimaatveranderingsrisico in de financiële sector centraal. Zes experts op dit gebied deelden hun inzichten met de ruim 150 deelnemers. Wij geven u een impressie van de hoogtepunten.

Het seminar begon met een welkomstwoord van Zanders-partner en medeoprichter Rob Naber, die de aanwezigen een overzicht gaf van klimaatrisicogerelateerde projecten waaraan Zanders de afgelopen jaren werkte. In 2001 structureerde en waardeerde Zanders samen met Nuon (nu Vattenfall) het eerste weerderivaat. Acht jaar later sloten we een joint venture met een Duitse zonne-energieontwikkelaar voor een aantal zonnevelden en -daken in Duitsland.

In 2012 ontwikkelde Zanders samen met Swiss Re een verzekering van Duitse windturbines, om de cashflow te stabiliseren en de turbine nog ‘bankabeler’ te maken. Vervolgens had Zanders in 2021 haar eerste opdrachten voor klimaatrisicomodellering. En nu worden de inmiddels uitgebreide set zonnevelden en -daken opgedeeld in aparte ‘paneelentiteiten’ en individueel omgezet in NFT’s (non-fungible tokens), genaamd ‘Enercoins’.

Grote blootstelling aan klimaatgerelateerde risico’s

De inleiding van Naber werd gevolgd door een presentatie van professor Mathijs van Dijk van de Erasmus Universiteit over het meten en managen van klimaatrisico’s. Hij gaf eerst nog eens duidelijk aan dat de menselijke invloed het klimaat heeft opgewarmd in een tempo dat, zeker in de laatste 2000 jaar, ongekend was. Op basis van politieke toezeggingen en het huidige beleid zal de opwarming van de aarde naar verwachting met ten minste 2% toenemen. Deze toename zal leiden tot chronische en acute gevaren die ernstige financiële risico’s met zich meebrengen. Daarom is het belangrijk deze risico’s meetbaar te maken. Er bestaan echter verschillende benaderingen, alle met hun voor- en nadelen.

Mathijs van DijkAan de hand van enkele voorbeelden liet Van Dijk zien dat de Nederlandse financiële sector met bedrijfslocaties in gebieden met extreem veel water voor 83 miljard euro aan eigen vermogen blootstaat aan overstromingsrisico’s. Uit een studie van De Nederlandsche Bank uit 2020 blijkt daarnaast dat financiële instellingen een blootstelling hebben van 510 miljard euro aan fysiek biodiversiteitsrisico en 81 miljard euro aan stikstof als transitierisico. Klimaatrisico is dus een belangrijke, systematisch bron voor financieel risico en – omdat het een relatief nieuw risicotype is – nog moeilijk te meten.

Om het klimaatrisico te kunnen inschatten, onderscheidt Van Dijk vier benaderingen: top-down (macro), sectoraal (meso), bottom-up (micro) en een academische asset pricing-benadering genaamd factormodellen. Elke benadering heeft zijn voordelen en beperkingen. Tot slot ging Van Dijk in op de prijsstelling van klimaatrisico: “We zien op de financiële markten aanwijzingen dat bepaalde soorten klimaatrisico’s momenteel worden geprijsd. Maar het bevindt zich nog in een vrij vroeg stadium en gebeurt nogal indirect.”

Verbeterde klimaatmodellen

Na de presentatie van Van Dijk volgden drie parallelsessies, elk met een eigen focus. Frank Selten, weeronderzoeker bij het KNMI, ging uitgebreid in op wetenschappelijke feiten over klimaatverandering en het gebruik van klimaatmodellen. Maar wat is precies de definitie van klimaatverandering? Het is de verandering in de kansdichtheidsfunctie van klimaatvariabelen die zijn bepaald over 30 jaar. Verschillende studies tonen aan dat klimaatverandering onomstotelijk is en het klimaatrisico nog aanzienlijk zal verhogen. Om deze klimaatrisico’s te analyseren hebben we historische waarnemingen, een theorie, klimaatmodellen en computers nodig.

Frank SeltenAangezien klimaatvariabelen al meer dan honderd jaar worden gemeten en natuurwetten waarheidsgetrouw en betrouwbaar zijn, kunnen klimaatmodellen worden gebouwd. Door de toename van de rekenkracht worden deze klimaatmodellen voortdurend verbeterd en worden simulaties mogelijk die ons helpen de ontwikkeling van het klimaat in de komende decennia te beoordelen. Klimaatmodellen tonen aan dat de door de mens uitgestoten broeikasgassen de oorzaak zijn van de snelle opwarming sinds 1900 en dat de emissies snel moeten dalen om de opwarming tot 2 graden te beperken. Naast de evolutie van het klimaat kunnen klimaatmodellen ook helpen de evolutie van de risico’s in de volgende decennia in te schatten, wat belangrijk zal zijn bij het onderzoek naar extreme gebeurtenissen en de gevolgen daarvan.

ING’s risico-identificatie

Tegelijkertijd gaf Sandra Schoonhoven van ING in een andere zaal uitleg over het brede scala aan onderwerpen dat onder ESG (Environmental, Social en Governance) valt en het klimaatgedeelte daarvan. Het concept van dubbele materialiteit omvat financiële en ESG-materialiteit. De beoordeling van het klimaatrisico heeft betrekking op de gevolgen van klimaatverandering voor de activiteiten van ING en maakt daarom deel uit van de financiële materialiteit. Vanuit haar ambitie om haar klanten en bedrijven in staat te stellen uiterlijk in 2050 de ‘netto nul’-doelstelling te halen, heeft ING de Terra-aanpak ontwikkeld om te bepalen welke bedrijven zij financiert en welke niet.

Om toe te lichten hoe klimaatrisico’s zich vertalen naar financiële risico’s, maakte Schoonhoven een onderscheid tussen fysieke risico’s (gerelateerd aan directe weersomstandigheden zoals overstromingen en droogte) en transitierisico’s (bijvoorbeeld waardeverlies van activa als gevolg van beleids-, wettelijke, technologische of marktveranderingen bij de overgang naar een koolstofarmere economie).

In haar presentatie ging ze vooral in op risico-identificatie: tot welke risicoschatting kom je voor bedrijfsleningen en hypotheken op basis van de onderliggende drijfveren voor een bepaalde sector? Na het identificeren en beoordelen van klimaatgerelateerde risico’s, op basis van kwantitatieve en kwalitatieve benaderingen, heeft ING een geïntegreerd strategisch klimaatraamwerk geïmplementeerd. De huidige reikwijdte daarvan omvat het in kaart brengen van de gevaren waarmee activa kunnen worden geconfronteerd en in welke mate.

Stresstests op klimaatrisico’s

Ondertussen ging Yulia Pashchenko van ABN AMRO in op de ECB-stresstest voor klimaatrisico. De klimaatstresstest van de ECB is opgebouwd uit drie modules: een vragenlijst, een klimaatmetriekbenchmarking en een bottom-up stresstest. De vragenlijst is bedoeld voor een kwalitatieve beoordeling van het stresstestkader voor het klimaatrisico. Het doel van de tweede module is een uniforme methode te ontwikkelen voor het benchmarken van banken op basis van een gemeenschappelijke reeks klimaatrisicometrieken.

Yulia PashchenkoDe bottom-up stresstest wordt ook gedefinieerd als een uniforme methodologie voor banken, bestaande uit vier afzonderlijke tests met verschillende reikwijdte, metrieken en horizons: twee transitierisicotests (een kortetermijntest voor krediet en markt, en een langetermijntest voor krediet) en twee fysieke risicotests (een droogte- en hittetest, en een overstromingstest).

De aard en de ernst van de in de stresstest voor het klimaatrisico gehanteerde scenario’s zijn niet vergelijkbaar met ongunstige scenario’s die worden gebruikt in reguliere solvabiliteitstests, zoals de EU-brede stresstests van de EBA (Europese Bankautoriteit). De koolstofprijs vormt een belangrijk verschil in deze scenario’s.

Een grote uitdaging bij de klimaatstresstest is de beschikbaarheid van data. Daarnaast vinden banken het een uitdaging om te anticiperen op veranderingen in het gedrag van klanten – een van de belangrijkste oorzaken van het transitierisico. Ondanks deze uitdagingen bieden de inspanningen om de klimaatverandering te beperken en zich eraan aan te passen ook kansen voor banken, zoals investeringen in groene energie.

Het is een evenwichtsoefening

Na een pauze liet Dirk Broeders van De Nederlandsche Bank (DNB) de aanwezigen nadenken over klimaatverandering vanuit een regelgevend en monetair perspectief. De overheid is verantwoordelijk voor de overgang naar een economie met een netto-nul-uitstoot van broeikasgassen. Maar omdat de economische schade van klimaatverandering toeneemt, is het ook voor centrale banken van groot belang deze te bestrijden. De rol die de ECB speelt bij de aanpak van klimaatverandering is vanuit een proactieve (ondersteuning van de overgang naar een netto-nul-broeikasgasemissie-economie) en beschermende benadering (behandeling van klimaatverandering als een risicobeheersprobleem bij de aanpak van balansrisico’s).

Dirk BroedersUitgaande van de beschermende benadering is het belangrijk de gevolgen van klimaatverandering te meten, en de implicaties ervan voor risicomanagement. Modellen zullen deze gevolgen niet volledig kunnen weergeven, denkt Broeders. Daarom moeten we de nadruk leggen op scenarioanalyse in de vorm van stresstests, die extreme maar plausibele scenario’s moeten omvatten. Bovendien zijn stresstesten misschien niet eens voldoende en zouden we ook omgekeerde stresstesten moeten gebruiken.

DNB heeft dit jaar een stresstest uitgevoerd om de gevolgen van de klimaatverandering te beoordelen en om de risico’s in kaart te brengen, gericht op het transitie- en fysieke risico. De volgende stap van DNB is het uitvoeren van een stresstest met een focus op onmiddellijke gebeurtenissen en gevolgen, bijvoorbeeld overstromingen. Dataverzameling vormt daarin de grootste uitdaging. Kortom, niet alleen de overheid maar ook andere regelgevers moeten hun verantwoordelijkheid nemen in het bestrijden van klimaatverandering. Het is een evenwichtsoefening tussen regelgevende en monetaire autoriteiten.

Klimaatrisico’s voor een schaatser

Erben WennemarsBij de slotsessie het podium voor Erben Wennemars. Als voormalig Olympisch schaatser weet hij hoe je jezelf moet uitdagen en je grenzen moet verleggen. Tijdens zijn carrière heeft hij de hoogte- en dieptepunten van winst en verlies ervaren. Zo kwam hij erachter dat het nooit om het doel zelf gaat – een gouden plak of andere titel – maar om het doel daarachter.

Als je dát doel duidelijk voor ogen hebt, legde hij uit, is het eerste doel veel gemakkelijker te bereiken. Al deze wijsheid kan natuurlijk ook worden toegepast op risicobeheer in verband met klimaatverandering.

Na de presentaties kon duidelijk één conclusie worden getrokken: het Zanders Risk Management Seminar van dit jaar bood een geweldig klimaat voor praatjes en drankjes! We hopen u daarom snel weer te zien bij toekomstige evenementen.