‘De data-uitdaging maakt klimaatrisico een heel interessant, maar erg complex werkveld’

Interview Sandra Schoonhoven (ING)

‘De data-uitdaging maakt klimaatrisico een heel interessant, maar erg complex werkveld’

Klimaatverandering vormt een ernstige en toenemende bedreiging voor de hele wereld. In de noodzakelijke transitie naar een duurzamere economie kunnen banken een belangrijke rol spelen.

Daarom is duurzaamheid en klimaat in het bijzonder een belangrijk thema voor ING. Als internationaal opererende bank heeft zij een krachtig middel in handen: een financieringsportefeuille van vele honderden miljarden euro’s. Sandra Schoonhoven geeft leiding aan het Expertisecentrum Klimaatrisico van ING. Tijdens het Zanders Risk Management Seminar 2022 presenteerde zij haar aanpak rond risico-identificatie. We spraken haar over de klimaatstrategie van ING en data als grote uitdaging.

Een kernelement van ING’s strategie is “om duurzaamheid centraal te stellen in wat we doen en onze klanten te helpen bij hun overgang naar een koolstofarme toekomst.” Voor haar eigen emissies (kantoren, datacenters en reisbewegingen) streeft de bank naar ‘net-zero’, dus netto-nul uitstoot van broeikasgassen. Maar de grootste impact zit in ING’s leningenportefeuille (bedrijfsleningen en hypotheken). Daarom heeft ING zich – net als veel andere banken – in 2021 aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance, dat als doel heeft de wereldwijde broeikasgasuitstoot te verminderen en zo mondiale opwarming tot maximaal 1,5 graden Celsius te beperken.

Naast het jaarlijks meten van de impact van specifieke sectoren en het stellen van tussentijdse doelen per sector, onderneemt de bank ook concrete acties. Voorbeelden zijn het stoppen van financiering voor nieuwe olie- en gasvelden, het tussen nu en 2025 met 50% verhogen van financiering aan hernieuwbare energie, en een duurzaamheidskorting bij hypotheken voor woningen met energielabel A of hoger.

Zelfs in een wereld waar we de opwarming van de aarde weten te beperken, zullen de klimaatrisico’s toenemen

Naast het reduceren van emissies in de eigen operatie als ook in de leningenportefeuille is de bank bezig met het meten en beheersen van klimaatrisico’s. Want zelfs in een wereld waar we de opwarming van de aarde weten te beperken, zullen de klimaatrisico’s toenemen. Denk daarbij aan fysieke risico’s, zoals overstromingen en bosbranden, en transitierisico’s – bijvoorbeeld door veranderend beleid of technologische ontwikkelingen die de kredietportefeuille kunnen raken.

Terra-aanpak

“Klimaat is voor ons al heel lang een belangrijk onderdeel van het ESG-beleid. Onze grootste impact op het klimaat is onze financiering”, zegt Sandra Schoonhoven, Lead Climate Risk Initiative bij ING. “In de afgelopen jaren hebben we daarom veel energie gestoken in onze Terra-aanpak. Dat is een methodiek om de klimaataspecten van de financieringsportefeuille transparant te maken. Daar zijn we al lange tijd mee bezig – recent hebben we ons vierde rapport over dit onderwerp gepubliceerd. We kijken daarbij per sector in hoeverre we op de lijn zitten van de meest ambitieuze doelstellingen in het klimaatakkoord van Parijs en koppelen daar onze doelstellingen aan. Zo meten we voor de 9 meest koolstof-intensieve sectoren of onze kredietverlening bijdraagt aan het bereiken van net-zero.”

Hoe pak je klimaatrisico als bank precies aan?

“Klimaatrisico en de expertise en data die daarvoor nodig zijn, is als punt van aandacht pas sinds kort echt in ontwikkeling, mede onder invloed van de richtlijnen van de Europese Centrale Bank (ECB), waarin staat beschreven hoe de ECB verwacht dat de financiële sector omgaat met klimaatrisico’s. Belangrijke eerste stap is klimaatrisico’s te identificeren en te beoordelen, om zo hun mogelijke impact in kaart te kunnen brengen. Deze identificatie en beoordeling voor sectoren die we financieren en voor onze hypotheekportefeuille hebben we recentelijk afgerond en gerapporteerd in ons Klimaatrapport. Daarnaast hebben we al jaren een zeer gedegen Environmental and Social Risk Framework, dat aangeeft welke sectoren en bedrijfsactiviteiten we als ‘hoog-risico’ identificeren of uitsluiten.”

Welke risk-onderdelen zijn hierbij betrokken?

“Alle. We schakelen met credit risk, operational risk, market risk, het stress testing-team – het is heel breed, want klimaatrisico heeft impact op alle risico’s van je bedrijfsvoering, dus niet alleen kredietrisico. Begin dit jaar is daarom ook binnen onze afdeling Risk een Integated Risk-team opgezet dat ons risicomanagement op holistische wijze benadert. Daarbinnen is er een ESG Risk-team dat met name naar de regelgeving rond risk en de interpretatie daarvan kijkt. Klimaatverandering wordt bij veel financiële instellingen puur vanuit een risk-perspectief benaderd en ik denk dat dat ook logisch is.

“Klimaatverandering wordt bij veel financiële instellingen puur vanuit een risk-perspectief benaderd en ik denk dat dat ook logisch is. Tegelijk biedt goede kennis over klimaatrisico en klimaatadaptatie ook kansen”

Tegelijk biedt goede kennis over klimaatrisico en bijvoorbeeld klimaatadaptatie (het tijdig aanpassen aan klimaatverandering) ook kansen. En het rapporteren over klimaat en klimaatrisico neemt ook toe, dus naast Risk zijn steeds meer bedrijfsonderdelen bezig met en betrokken bij het onderwerp. Daar komt dan ook de rol van mijn team om de hoek kijken: alle disciplines verbinden en expertise leveren op het gebied van klimaatrisico.”

Is kredietrisico de belangrijkste klimaatgerelateerde risicovorm?

“Voor een financiële instelling is dat wel snel het geval omdat de impact vooral bij onze klanten is. De bezittingen van onze klanten – die ING financiert – kunnen overstromen of in waarde dalen door de energietransitie. Ik denk dat het bewustzijn over de mogelijke impact van klimaat als bedrijf, maar ook als individu, nog veel beter kan. We staan er met z’n allen nog te weinig bij stil dat je bezit – of dit nu een bedrijf, woning of auto is – geraakt kan worden door klimaatrisico. Zowel door fysieke risico’s, zoals overstroming of schade door hevigere stormen, als transitierisico’s, dus door wetgeving, marktvoorkeuren of waardedaling van niet-energiezuinige activiteiten of bezittingen. Die bewustwording creëren en agenderen zie ik ook als taak van mijn team – te beginnen in onze eigen organisatie door opleiding en informatie, en dan via onze medewerkers naar onze klanten.”

Om het in risicomodellen te kunnen toepassen, zul je ook klimaatrisico moeten kwantificeren. Hoe ga je daarmee om?

“Dat is inderdaad een uitdaging. Voor kwantificeren heb je data nodig. En die data moet worden vertaald om te weten wat het betekent. Je kunt bijvoorbeeld data hebben over fysieke risico’s, zoals het aantal woningen waarbij er een verhoogd risico is op overstroming door rivieren. Of over transitierisico, zoals het aantal woningen met een slecht energielabel. En aan die data komen, is soms lastig. Niet overal worden de energielabels bijvoorbeeld publiekelijk verstrekt zoals in Nederland. Maar dergelijke data leidt op zichzelf niet tot veranderingen in je risicomodellen. Je moet die data kunnen interpreteren en snappen hoe het klimaatrisico leidt tot financiële risico. Bijvoorbeeld wat doet een (verhoogde kans op) bosbrand in de regio met de waarde van de woning, of wat gebeurt er met de productiviteit als een bedrijf met overstroming te maken krijgt? Dergelijke vertalingen maken, is lastig – en al helemaal om daar dan een monetaire waarde op te plakken, zoals ‘huizen met deze criteria of in dat gebied dalen met x procent’.”

Data vormt dus de grootste uitdaging?

“Ja, want los van de benodigde data en het kunnen kwantificeren, ontbreekt er ook historische data om mee te kunnen modelleren. Die data is er simpelweg niet. Het is wel eerder warmer geweest op de planeet, maar toen stonden al onze huizen, infrastructuur en industrie er nog niet. En het werd wel eerder warmer of kouder, maar niet zo snel als dat het nu gebeurt. Met andere woorden: deze situatie is uniek.

Ook het verzamelen van alle data over de huidige situatie is een uitdaging. Zeker ook voor veel van onze klanten, want ook zij moeten gaan rapporteren over de duurzaamheid van hun activiteiten. Vele vallen al onder de NFRD (Non-Financial Reporting Directive) en straks ook onder de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive). Wij zijn dus ook afhankelijk van de kwaliteit van de data die klanten te bieden hebben, om vervolgens weer over onze portefeuilles te kunnen rapporteren.

“Ook voor veel van onze klanten vormt data een uitdaging, want ook zij moeten gaan rapporteren over de duurzaamheid van hun activiteiten”

Ten slotte is er nog de uitdaging met verschillende rapportagestandaarden. Niet al onze klanten vallen onder de NFRD of CSRD, en hoeven dus niet aan die wetgeving te voldoen. In de USA is bijvoorbeeld weer een andere rapportagestandaard. Maar alle beweging en aandacht die er nu is, is goed. En uiteindelijk ben ik ervan overtuigd dat we de niet-financiële rapportage op eenzelfde niveau zullen krijgen als de financiële rapportage.”

Als je de data hebt om risico’s te identificeren, hoe categoriseer je dan klanten op basis van klimaatrisico?

“We hebben voor elke (sub)sector 26 fysieke en 7 transitierisico’s bekeken en die met ‘laag, medium en hoog’ beoordeeld voor die specifieke (sub)sector. Vervolgens hebben we gekeken naar onze klanten in die (sub)sectoren en de score eventueel aangepast op basis van het profiel van die klanten. De uitkomst komt terug in een ‘heatmap’ per (sub)sector en de scores van die heatmap zijn input voor onze climate credit risk policy.”

Hoe pakken jullie dit aan voor hypotheken?

“Daar gaat het om andere data. We hebben energielabels en kunnen aan de hand van het overheidsbeleid ook iets zeggen over het transitierisico. Daarnaast weten we van 99% van onze wereldwijde hypothekenportefeuille welke van de fysieke risico-events zich kunnen gaan manifesteren voor een specifieke hypotheek. Bij 1% van alle hypotheken zien we nu een ‘hoog’ of ‘zeer hoog’ risico op fysieke risico-events. Dat lijkt weinig, maar ook bij een minder ‘hoge’ score kunnen er events plaatsvinden.”

Hoe zorg je voor data over de toekomst?

“De data die we gebruiken, kijkt over het algemeen naar 2030, 2050 en 2100, onder verschillende RCP-scenario’s (zie kadertekst). Zo kijken we voor hypotheken naar relevante scenario’s op basis van de huidige risico’s en die in bijvoorbeeld 2030. Bedrijfsleningen hebben meestal een kortere looptijd, dus op zich kunnen we ons daar meer richten op actuele data over klimaatrisico.”

Wat is nu de eerstvolgende stap die moet worden gezet?

“We moeten klimaatrisicomanagement in de bestaande risicoraamwerken integreren. We willen geen aparte modellen voor klimaatrisico. Klimaatrisico is namelijk nooit het enige risico. Er zijn allerlei drivers die van belang zijn om tot het juiste oordeel te komen. Je moet het zien als een geïntegreerd geheel. Ook zaken die al duurzaam zijn, zoals zonnepanelen, hebben een fysiek risico dat je moet meenemen. Geen makkelijke opgave en veelal complex, maar bijzonder relevant voor ons als bank en voor de maatschappij.”

RCP scenario’s (waarbij RCP staat voor Representative Concentration Pathways) worden gebruikt in het vijfde rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde naties (UN). Deze scenario’s beschrijven de ontwikkeling van emissies van broeikasgassen die leiden tot klimaatverandering. Het laagste emissiescenario leidt waarschijnlijk tot een temperatuurverandering van minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Er wordt aan gewerkt om de RCP-scenario’s verder uit te breiden voor nog langere termijn – tot 2300 – zodat ook de gevolgen van langzame processen, zoals het smelten van grote hoeveelheden ijs in de poolgebieden en van gletsjers, beter in kaart kunnen worden gebracht.

Sandra Schoonhoven was een van de sprekers tijdens ons Risk Management Seminar.